ROEITAAL

In het roeien gebruiken we roeicommando’s welke nodig zijn om goed te kunnen manoeuvreren, gelijk te roeien, starten etc. De stuurman geeft de commando’s aan voor wie ze zijn bestemd. Bijvoorbeeld: beide boorden, of bakboord/stuurboord, of alleen de slag/boegroeiers. Commando’s zullen bijna altijd gevold worden door een tweede commando. Onderstaand een aantal roeicommando’s.

Beide boorden riemen op… gelijk!
De roei(st)ers zetten hun riem staand tussen de voeten neer.

Strijken… nu
Achteruit varen. Bij het commando boorden strijken duwen de roei(st)ers de riemen van zich af.

Stuurboord… best
De roei(st)ers aan stuurboord trekken harder aan de riemen. De sloep maakt een flauwe bocht naar bakboord.

Bakboord… best
De roei(st)ers aan bakboord trekken wat harder. De sloep maakt een flauwe bocht naar stuurboord. Sturen met het roer geeft extra weerstand dus snelheidsverlies.

Bakboord haal op, stuurboord strijk… gelijk
Hiermee draait de sloep kort over stuurboord. Voornamelijk vanuit stilstand.

Stuurboord haal op, bakboord strijk… gelijk
Hiermee draait de sloep kort over bakboord. Voornamelijk vanuit stilstand.

Laat lopen… nu
Riemen worden langs de boot naar achteren gebracht. De boot wordt daarmee zo smal mogelijk gemaakt om op eigen snelheid een versmalling te kunnen passeren als bv brug, sluis, tegenligger.

In een sloep spreek je over riemen, dus geen peddels oid. Dat is in de roeiwereld not done!

Menu