HOE WIN JE EEN WEDSTRIJD?

Om een wedstrijd te winnen is een goede voorbereiding en trainingsarbeid van uiterst belang. Afhankelijk van het aantal kilometers van de wedstrijd, er zijn wedstrijden van 12 kilometer maar ook wedstrijden die bijna 25 kilometer lang zijn, worden de trainingen voorafgaand hierop aangepast. Tijdens de wedstrijd wil je als team met de beste opstelling aan de start verschijnen, niet elke roeier heeft dezelfde kwaliteiten, denk aan kracht, inzicht en massa/lengte. Hiervoor is het vooraf nodig om verschillende opstellingen uit te proberen. Met de juiste opstelling kan de roeisloep zich het snelste door het water manoeuvreren en ben je goed op elkaar ingespeeld. De week voorafgaand aan de wedstrijd halen we de omvang (duur arbeid) eruit. We prikkelen de spieren en het neurale systeem met kortere, wedstrijdgerichte prikkels. We brengen de sloep vaak kort terug naar het wedstrijdtempo in slag en bootspeed. Daarnaast worden wedstrijd situaties nagebootst, hier kun je denken aan het roeien van bruggen en sluizen. De roeiers moeten in zo’n situatie exact weten wat er van hen verwacht wordt.

De wedstrijden zijn meestal in het weekend, verspreid door het hele land. De roeisloepen moeten op de wedstrijd dag in het water getakeld worden, op basis van tijdsframe tot de wedstrijd krijgen de sloepen een tijd mee wanneer zij getakeld kunnen worden. Zodra de boot in het water ligt kent iedereen zijn eigen voorbereiding, rituelen tot de start.

Tijdens de week voorafgaand aan een wedstrijd is het van belang dat de roeier zich al aanpast in eten en drinken voor de krachtinspanning die geleverd gaat worden. Denk aan voldoende vochtinname en aan koolhydraatrijk (langzame) eten, zoals pasta en rijst. Op de dag zelf een koolhydraatrijk ontbijt als havermout of pannenkoeken. Om tijdens de wedstrijd zo goed mogelijk te kunnen blijven presteren is vocht(sportdrank) essentieel. Roeiers willen geen tijd verliezen dus gaat drinken via een slangetje zodat er geen haal verloren gaat.
De wedstrijd start rond het middaguur op volgorde die vooraf door de organisatie bekend gemaakt is. Alle roeiers zijn aan boord en worden omgeroepen om naar de start te varen. Bij de meeste wedstrijden start je met meerdere sloepen tegelijk, 2 tot 8 concurrenten naast je is geen uitzondering. De starter telt af van 10 naar 1 waarna het startschot valt. De stuurman geeft de hele wedstrijd het ritme aan door middel van tellen van 1 tot 8, zo kunnen de roeiers in de maat hetzelfde ritme aanhouden. De stuurman houdt de snelheid bij op zijn gps horloge en corrigeert waar nodig is om roeiers zo gelijk mogelijk de slag door het water te maken. Hoe minder weerstand, hoe beter de sloep door het water vaart. In de wedstrijd is het fijn om in het middenveld te starten, zo kan er tijdens de race voorliggende sloepen ingehaald worden. De wedstrijd wordt zo in gedeeltes gehakt, waardoor er kleine krachtsinspanningen naar een volgend inhaalmoment afgewisseld worden door stabiele kilometers. Tijdens deze krachtsinspanning kan het voor een roeier soms voelen alsof hij niet meer kan. Door teamwork en coaching kan de roeier zich door dit diepe dal heen worstelen, tijdens de stabiele kilometers herstellen en constant blijven roeien. Bijna bij de finish voel je als roeier de adrenaline extra in je lijf terug komen. Ook al heb je al 20 kilometer erop zitten. Vaak zijn er veel toeschouwers die je vooruit schreeuwen en de speaker die te horen is voor de laatste kilometer zorgt er ook voor dat je extra kracht voelt in je lichaam om nog maar eens de beuk erin te gooien. Na de finish is het moment om te herstellen dit doe je door een eiwitrijke drank of reep te eten en daarna een goede maaltijd. De energie die je hebt verbruikt tijdens de wedstrijd moet zo snel mogelijk aangevuld worden. De sloep wordt weer uit het water getakeld, waarna enkele uren later de prijsuitreiking gaat plaatsvinden. Roeien is een relatief kleine sport, hierdoor kent iedereen elkaar en staat het moment tussen finishen en de prijsuitreiking ook bekend om zijn gezelligheid!

Menu